Ergens in de schuur staat een potje muurverf. Het etiket is overgeschilderd, de deksel zit vastgekoekt en niemand weet nog welk merk het was. Precies op dat moment komt er een kras in de wand van de woonkamer, en blijkt bijwerken onmogelijk: u kent de kleurcode niet meer. In dit artikel leest u welke gegevens u per geverfde ruimte vastlegt, hoe u een restje verf goed bewaart en hoe u een onbekende muurkleur alsnog achterhaalt.
Waarom bijwerken zonder kleurcode bijna altijd mislukt
Een beschadiging bijwerken lukt alleen met exact dezelfde verf: dezelfde kleurcode, hetzelfde merk en dezelfde glansgraad. Wijkt één van die drie af, dan blijft de reparatie zichtbaar als een vlek die net iets anders kleurt of glimt dan de rest van de muur.
Op het oog een kleur kiezen werkt niet, zeker niet bij wit. Wat in de winkel hetzelfde wit lijkt, verschilt op de muur al snel een tint. De twee bekendste witten, RAL 9010 en RAL 9016, worden om die reden voortdurend met elkaar verward. En ook het merk doet ertoe: twee fabrikanten die dezelfde kleurcode mengen, komen door hun eigen basisverf en pigmenten net iets anders uit.
Welke gegevens noteert u per geverfde ruimte?
Wilt u een verfkleur echt onthouden, leg dan per ruimte vijf dingen vast: de kleurcode, het merk, de productlijn, de glansgraad en de datum. Met die combinatie kan elke verfwinkel de kleur later opnieuw mengen.
- Kleurcode én kleursysteem. Bijvoorbeeld RAL 9010, een NCS-code of een merkcode van de fabrikant. Vermeld erbij uit welk systeem de code komt, want dezelfde cijfers betekenen in elk systeem iets anders.
- Merk en productlijn. Dus niet alleen het merk, maar ook welke muurverf of lak het precies was.
- Glansgraad. Mat, zijdeglans of hoogglans: hetzelfde pigment oogt per glansgraad anders.
- Ruimte en ondergrond. Woonkamer lange wand, plafond overloop, kozijnen buiten. Zo weet u later welke notitie bij welke muur hoort.
- Datum. Handig om in te schatten of de muur toe is aan een hele nieuwe laag in plaats van een bijwerkbeurt.
De snelste manier om dit vast te leggen: maak direct na de klus een foto van het etiket op de pot. Daar staan merk, lijn en glansgraad al op, en bij gemengde verf plakt de winkel er meestal een sticker met de kleurcode bij. Wilt u controleren welke kleur bij een RAL-code hoort, dan zoekt u de code op in de RAL-kleurenzoeker.
Zo bewaart u een restje verf voor bijwerkklusjes
Bewaar van elke kleur een klein restje in een goed gesloten pot, met een etiket erop, op een vorstvrije plek. Giet een bodempje over in een kleiner potje, bijvoorbeeld een schone glazen pot met schroefdeksel. Hoe minder lucht erbij zit, hoe langer de verf goed blijft.
Schrijf met watervaste stift op het potje wat erin zit: de ruimte, de kleurcode, het merk, de glansgraad en de datum. Maak de rand van de pot schoon voordat de deksel erop gaat, anders sluit hij niet goed af. Zet het potje binnen weg, vorstvrij en niet naast de cv-ketel. Kou maakt de verf stroperig, warmte droogt hem uit.

Reken er niet op dat zo'n restje eeuwig meegaat. Geopende verf blijft beperkt houdbaar, zeker verf op waterbasis. Het restje is dus een handige aanvulling voor kleine bijwerkklusjes, maar de genoteerde kleurcode blijft uw echte verzekering: daarmee laat u altijd een verse pot mengen.



